Terug naar Archief en collectie in de kijker
Naar vorige pagina

Gepubliceerd op 25.01.2008

Hugo Raes

Hugo Raes

De Vlaamse schrijver Hugo Raes (1929) stond in de woelige jaren zestig in het middelpunt van het Nederlandse literaire leven. Nadat hij al twee dichtbundels en een verhalenbundel had gepubliceerd, brak Hugo Raes in 1961 echt door met zijn autobiografische roman De vadsige koningen, waarin hij de balans opmaakt van een mislukt huwelijk. Pers en lezers onthaalden al even enthousiast zijn volgende boeken Hemel en dier (1964), Een faun met kille horentjes (1966) en Reizigers in de antitijd (1970). Critici rekenden hem tot de toenmalige literaire relschoppers zoals Gerard van het Reve en Willem Frederik Hermans. De verwoesting van Hyperion leverde hem in 1978 de Staatsprijs op. In de loop van de jaren negentig raakte de auteur echter stilaan vergeten.

De Literaire Kring Hugo Raes wil met diverse activiteiten en een nieuwsbrief het oeuvre van Raes opnieuw onder de aandacht brengen. Daarnaast wil het genootschap het werk van de 77-jarige Hugo Raes behoeden voor de toekomst. Daarom zorgde het genootschap eind mei 2007 voor de overdracht van Raes' integrale archief aan het Letterenhuis.

Het archief Raes is bijzonder omvangrijk en omvat nagenoeg alle titels uit zijn literaire oeuvre. Telkens zijn de verschillende versies bewaard. De werkversies bestaan doorgaans uit diverse handgeschreven notities op onder meer bierviltjes, enveloppen en steekkaarten. Bij de werkversie zitten vaak ook krantenknipsels die als inspiratiebron of als basis voor het boek dienden, zo bijvoorbeeld bij de Vadsige Koningen. Op de werkversie volgen nog (verbeterde) typoscripten en een enkele keer een drukproef. Al dit materiaal geeft een inzage in de genese van de teksten en het werkproces van de schrijver. Daarnaast zijn enkele pagina's (typoscript & handschrift) bewaard van Raes' beschouwend proza, bijvoorbeeld over de bekende anti-censuurmeeting in 1968 in Antwerpen.

Het archief bevat ruim 4000 brieven aan collega-schrijvers zoals Hugo Claus, Gust Gils en Jan Walravens, uitgeverijen zoals De Bezige Bij en Manteau en kunstenaars zoals Octave Landuyt en René Magritte.

Niet alleen de handschriften, maar evenzeer de andere archivalia tonen aan dat Raes een geëngageerd schrijver is. Raes, als chroniqueur van zijn tijd, schreef onder meer over de oorlog in Vietnam, de atoombom (de Koude Oorlog) en contestatiebewegingen zoals PROVO. Daarnaast neemt Raes in zijn kritieken het toenmalige literaire bestel onder de loep. Met kritische blik besprak hij onder meer het werk van collega-schrijvers en literaire tijdschriften. In het bijzonder besteedde hij veel aandacht aan zijn passies: het theater, beeldende kunsten en de Amerikaanse literatuur.

Het archief bevat ruim 4000 brieven aan collega-schrijvers zoals Hugo Claus, Gust Gils en Jan Walravens, uitgeverijen zoals De Bezige Bij en Manteau en kunstenaars zoals Octave Landuyt en René Magritte. Het is een archief met tal van mooie epistels zoals een brief uit 1962 van collega en vriend Remco Campert, waarin de Nederlandse schrijver uitvoerig vertelt over zijn verblijf in Parijs, samen met Rudy Kousbroek. Even interessant zijn de prachtige brieven van en aan Louis Paul Boon. Daarin gaat het onder meer over de oprichting van de Honest Arst Movement (HAM) en Boons 'Fenomenale Feminatheek'. Raes keek erg op naar Boon, maar omgekeerd liet Boon zijn waardering blijken voor Raes' werk. De schrijver uit Aalst noemde Raes' Reizigers in de anti-tijd het allerbeste wat in Vlaanderen begin jaren zeventig was verschenen. Verder gaat het in de brieven vaak over de Antwerpse culturele kring De Nevelvlek, waarvan Raes oprichter en voorzitter was, en waar zijn debuut Jagen en gejaagd worden (1954) verscheen. Bijzonder zijn de brieven aan Raes van de flamboyante Amerikaanse schrijfster Anaïs Nin. Meer over die boeiende correspondentie is na te lezen in Zuurvrij 13 (december 2007), het berichtenblad van het Letterenhuis. De correspondenties geven een boeiende kijk op het literaire leven eind jaren vijftig tot begin jaren tachtig.

Ruim 400 foto's geven een beeld van een rijke schrijverscarrière én van de familie Raes. De foto's gaan van jeugdfoto's van grootvader Raes tot de schrijver zelve op zijn zeilboot of schrijvend in Frankrijk. Of foto's in het gezelschap van zijn collega-schrijvers: L.P. Boon, Fernand Auwera, Frans de Bruyn, Jan Christiaens, Louis Ferron, Eddy van Vliet, Ivo Michiels en uitgevers zoals Bezige Bij-medewerker Dolf Hamming en Julien Weverbergh van uitgeverij Manteau. Affiches, krantenknipsels, lezingen, vertalingen en documentatie vervolledigen het archief. Al deze archivalia schetsen niet alleen een beeld van een belangrijk Vlaams schrijver, maar evenzeer een beeld van een turbulente periode uit onze (literaire) geschiedenis.

Voor meer informatie over het archief Hugo Raes kan u terecht bij het Letterenhuis.

Bron:

Steekkaart in Archiefbank: Archief Hugo Raes. 1929-2001