Terug naar Archief en collectie in de kijker
Naar vorige pagina

Gepubliceerd op 19.03.2024

Het Archief van de Steenbakkerijen van de Familie Verstrepen-Maes

The Biggest in the World. Nee, het is niet in de Verenigde Staten van Amerika, maar in ons eigen land, in de Rupelstreek, waar we de grootste concentratie van steenbakkerijen ter wereld kunnen vinden. Moderne fabrieken met een jaarlijkse productie van 1 miljard 763 miljoen 939 duizend kilogram bakstenen." (eind jaren 1960) (1)


Eeuwenlang was de Rupelstreek veruit het belangrijkste centrum van de baksteennijverheid in België, en gedurende enkele decennia zelfs van de wereld. De Rupelstreek is gelegen op de noordelijke oever van de rivier de Rupel, een zijrivier van de Schelde die ontstaat uit de samenvloeiing van de rivieren de Nete en de Dijle. De streek omvat de gemeenten Rumst, Boom, Niel, Schelle en Hemiksem.

Het unieke en rijke archief van de steenbakkerijen van de familie Verstrepen-Maes en opvolgers (ca. 1840-1950) wordt bewaard in Museum Rupelklei in Terhagen (Rumst). Het archief biedt een fascinerende blik terug tot het midden van de 19de eeuw. Het vertelt het verhaal van de Rupelse steenbakkerijen en hun steenbakkers: kleiputten, droogloodsen, rokende schouwen, arbeidershuisjes, kinderarbeid, ...

Ontdek meer!

Baksteen en de Rupelstreek

De Rupelse baksteennijverheid nam enorm in belang toe vanaf de negentiende eeuw, toen de Belgische baksteennijverheid zich steeds meer begon te concentreren in enkele gebieden. Tot het begin van de twintigste eeuw werden immers nog veel stenen gebakken in veldovens door rondreizende steenbakkersploegen waar en wanneer het nodig was. Deze nijverheid had een sterk seizoensgebonden, handmatig en arbeidsintensief karakter. In de winter werd klei gedolven (of ‘gestoken’). Vanaf het voorjaar begon men met de bewerking van de klei, waarbij deze werd gevormd, uitgedroogd en uiteindelijk gebakken in een oven. De erbarmelijke sociale omstandigheden, waaronder extreme uitbuiting en kinderarbeid, worden beschreven in Piet van Aken’s beroemde roman 'Klinkaart'
(1954)
. (1)

In de Rupelstreek onderging de productiewijze pas een proces van mechanisering vanaf het begin van de twintigste eeuw. Dit had een enorme productietoename, en concentratie en schaalvergroting tot gevolg. De periode vlak na WOII tot het einde van de jaren 1960 zag de hoogste productiecijfers. Deze jaren betekenden evenwel het einde van de traditionele steenbakkerijen; volautomatische steenfabrieken namen hun plaats in. Tussen 1975 en 1985 sloten een groot aantal Rupelse steenfabrieken hun deuren. Vandaag de dag blijft er nog maar één steenbakkerij over in de Rupelstreek, waar ooit 150 tot 180 steenbakkerijen actief waren. (2)

De Rupelse steenbakkerijen hadden een diepgaande impact op landschap en mens. De nijverheid domineerde werkelijk het economische, sociale en ecologische leven van de streek. De economische welvaart was grotendeels gebonden aan ontwikkelingen in de baksteen- en dakpannennijverheid. In het leven van de arbeidende mannen, vrouwen en kinderen stond het steen maken centraal. Ze leefden en werkten immers op of dichtbij de werkplaatsen. De ecologie van de streek werd gevormd en gekneed door het steenbakkerijverleden. Eeuwenoude kleiontginningen resulteerden in unieke landschappen met specifieke fauna en flora. De Schorre in Boom, het recreatiedomein waar het wereldberoemde festival Tomorrowland plaatsvind, zijn bijvoorbeeld voormalige kleiputten.

Rond het steenbakkerijverleden ontwikkelde zich een rijke erfgoedwereld. Deze omvat drie steenbakkerijmusea, een groot aantal heemkringen en verschillende andere erfgoedorganisaties. Eén van de meest fascinerende overblijfselen van de baksteennijverheid is het archief van de steenbakkerijen Verstrepen-Maes en opvolgers (kortweg archief Verstrepen), dat teruggaat tot het midden van de 19de eeuw.

Museum Rupelklei

Archief Verstrepen wordt bewaard in Museum Rupelklei in Terhagen, Rumst. Het museum bewaart ook een uitgebreid archief van steenbakkerij Damman (ca. 36,8 m.; 1950-2000) en een kleiner aantal stukken van de steenbakkerijen Verbruggen-Verrept (1897-1938), Van der Kocken (1904-1923), Frateur (ca. 1900-1973) en Gebroeders Cuykens PVBA (1941-1983).

Naast de archieven biedt Museum Rupelklei voornamelijk een tentoonstelling van het productieproces van de handgemaakte steen. Dit proces is de rode draad in de tentoonstelling. Elke fase wordt afgebeeld op een realistische, levensechte manier met behulp van levensgrote beelden, werktuigen en andere relicten. De sfeer van weleer wordt er opgeroepen, met inbegrip van een typische kroeg of bruin café. Daarnaast heeft het museum ook tentoonstellingen van fossielen en Romeinse vondsten.

RK

Tentoonstelling van Museum Rupelklei. Bron: eigen fotografie.

RK 2

Tentoonstelling van Museum Rupelklei. Bron: eigen fotografie.

Archief Verstrepen

Het archief Verstrepen is een bijzonder uniek en historisch waardevol archiefbestand van 18 meter. Het dateert uit de periode ca. 1840-1950. Het omvat de administratie van de verschillende steenbakkerijen van Michel Charles Verstrepen en zijn zonen Eugène, Peter en Emile Verstrepen, die gevestigd waren te Boom, Niel en Terhagen tussen ca. 1840 en 1924.

De goede bewaring van het archief Verstrepen mag zonder twijfel een wonder worden genoemd. Na de opheffing van het bedrijf in 1924 lag het archief ongeveer zestig jaar onaangeroerd op de zolder van een erfgename van de familie Verstrepen-Maes. Tijdens de jaren 1980, bij de sloop van het huis, werd het archief teruggevonden. Het archief is één van de weinige archieven in de Belgische baksteen- en dakpannenindustrie dat ontsloten en toegankelijk is.

FR5 01

Archief Verstrepen. Bron: eigen fotografie.

Het archief Verstrepen is bijzonder rijk en laat het documenteren van vrijwel alle bedrijfstakken van een steenbedrijf toe. Het bevat stukken betreffende onroerend goed zoals fabrieken en arbeidershuisjes, grootboeken, financiële en boekhoudkundige stukken, evenals stukken betreffende productie en verkoop. We tonen enkele van de meest tot de verbeelding sprekende stukken.

Het archief biedt inzicht in het sociale leven op en rond een steenbakkerij. Zo zijn er stukken betreffende verhuurde arbeidershuizen, loonadministratie, arbeidsreglementen, enzovoort. Er zijn reeksen briefwisseling met hier en daar prachtige briefhoofden. Er is ook een kleine hoeveelheid familiearchief te vinden, waaronder enkele schoolboeken.


Het archief bevat ook een groot aantal brochures, catalogussen en afbeeldingen van machines, schoorstenen, ovens, trein- en spoorwegmateriaal verkocht door andere Belgische en buitenlandse bedrijven. Deze kunnen ook interessant zijn voor de bredere industriële geschiedenis. Deze stukken zijn bovendien vaak versierd met artistieke art-deco en art nouveau elementen.

Voetnoten:

  • (1) Vertaling van een Franstalige brochure van de Unie der Boomse Steenfabrieken uit eind de jaren 1960
  • (2) De Greef, P., ‘Van klei tot baksteen: de hoofdlijnen van een productieproces’, Ons Heem, 53, 3, 1999, p. 198-203.
  • (3) De Niel, P., ‘Acht eeuwen ‘steen’ bakken langs de rechteroever van de Rupel’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 120, 2016, p. 11–16.
  • Rombaut, H., & De Niel, P. ‘De steenbakkerijen Verstrepen omstreeks 1875. Arbeidsvoorwaarden en bedrijfsorganisatie in een traditionele onderneming aan de vooravond van de ontwikkeling van de Rupelstreek tot een verstedelijkt nijverheidsgewest’, Het Wiel. Tijdschrift voor de geschiedenis van de Rupelstreek en Klein-Brabant, 3, 1-2, 1993, p. 5-29 en 37-62; 5, 1, 1995, p. 5-30; 6, 1, 1996, p. 5-29.