Terug naar Archief en collectie in de kijker

In 1945 werden steden en dorpen in België verbonden door zo’n 4769 km buurtspoorwegen. De buurtspoorwegen werden aangelegd als aanvulling op het ‘grote spoornet’ van de NMBS. Een eerste wet op de tramwegen (9 juli 1875) rekende op privaat kapitaal voor het inrichten van buurtspoorlijnen. In de steden betekende deze wet de start van de stadsvervoersmaatschappijen. Op het platteland, waar het rendement van de aangelegde lijnen niet verzekerd was, kende de wet weinig tot geen succes.

In 1884 nam de staat het heft in eigen handen met de oprichting van de NMVB, Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen. Deze maatschappij voorzag in een ingenieus systeem van financiering, waardoor lijnen met een hoog rendement minder rendabele lijnen compenseerden. In sneltempo werden tramlijnen op het Belgische platteland aangelegd. In de grote steden bleef het openbaar vervoer in handen van private stadsvervoersmaatschappijen.

De eerste trams in België werden door paarden getrokken, later werd overgeschakeld op stoom- en dieseltrams en nog later werd het net geëlektrificeerd. Rond het midden van de 20ste eeuw, wanneer de concurrentie van ‘koning auto’ en de vele private busmaatschappijen te hevig werd, werden meer en meer tramlijnen opgebroken en vervangen door autobusdiensten. In de grote steden verliepen in diezelfde periode de concessies van de stadsvervoersmaatschappijen. De wet van 22 februari 1961 voorzag in overeenkomsten tussen de steden en de staat waarbij de stadsvervoersmaatschappijen MIVA, MIVG, MIVB/STIB, STIC en STIV werden opgericht. Zij namen de concessies van de vroegere stadsvervoersmaatschappijen over.

In 1989 werd het openbaar vervoer een gemeenschapsaangelegenheid. In Vlaanderen fuseerde het Vlaamse deel van de NMVB met MIVG en MIVA tot de Vlaamse Vervoersmaatschappij – De Lijn. Aan Waalse zijde ontstond de TEC (Transports en Commun) door het fuseren van het Waalse deel van de NMVB en de Waalse stadsvervoersmaatschappijen. In Brussel bleef het openbaar vervoer in handen van MIVB.

In 1884 nam de staat het heft in eigen handen met de oprichting van de NMVB, Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen. Deze maatschappij voorzag in een ingenieus systeem van financiering, waardoor lijnen met een hoog rendement minder rendabele lijnen compenseerden. In sneltempo werden tramlijnen op het Belgische platteland aangelegd. In de grote steden bleef het openbaar vervoer in handen van private stadsvervoersmaatschappijen.

In 2008 werd in de schoot van De Lijn de vereniging Mobiliteitserfgoed Tram en Autobus (META vzw) opgericht als koepelorganisatie die zich in Vlaanderen bezighoudt met de geschiedenis van openbaar stads- en streekvervoer. META beheert mee de archieven en collecties van haar leden. In 2009 werd een door de Vlaamse Overheid gesubsidieerd registratie- en inventarisatieproject van de collectie mobiliteitserfgoed gestart. In de eerste twee fases werden respectievelijk de collectie rollend materieel, de museale objecten en de wisselstukken geregistreerd. In de derde, en laatste, fase kwamen de archieven en documentaire collecties, bewaard in het Vlaams Tram- en Autobusmuseum (VlaTAM), aan de beurt.

De collectie van om en bij de 50.000 foto’s, dia’s en films bevat beelden van trams, bussen, spoor- en reizigersinfrastructuur, personeel, evenementen, enz., gemaakt tussen ca. 1900 en 2014. Deze verzameling heeft zijn oorsprong in de foto- en diacollectie van de NMVB en de MIVA, die later aangevuld werd met foto’s uit schenkingen. Bijzonder zijn de foto’s van trams en bussen in het ‘straatbeeld’. De foto’s tonen niet alleen het ‘oude’ rollend materieel van de verschillende vervoersmaatschappijen maar geven ook een beeld van de (nu verdwenen) tramlijnen en stadsaanzichten.

Daarnaast bezit het VlaTAM documentaire verzamelingen over MIVA, NMVB en VVM-De Lijn. Deze verzamelingen zijn ontstaan uit de privé-verzameling van Eric Keutgens (huidig conservator VlaTAM) en zijn vader. Later werden ze naar het museum overgebracht en aangevuld met schenkingen van ex-personeelsleden van de vervoersmaatschappijen. Ze bevatten documenten verwijzend naar de exploitatie van tram- en buslijnen: dienstregelingen, vervoersbewijzen, tariefbarema’s, krantenartikels, enz. Ook is er informatie te vinden over het personeel, zoals arbeidsreglementen, dienstorders, onderrichtingen en handleidingen. Daarnaast is promotiemateriaal van de verschillende maatschappijen terug te vinden.

Bijzonder is ook het archief van les Usines Ragheno, dat deels in het VlaTAM wordt bewaard. Deze constructeur van tram-, trein-, en (later ook) busmaterieel vestigde zich in 1851 in Mechelen. Het bedrijf bouwde rijtuigen voor binnen- en buitenland. Naast bestellingen voor de vervoers- en exploitatiemaatschappijen in eigen land, leverde Ragheno ook materieel voor stadsvervoermaatschappijen van Tasjkent tot Caïro. Het museum bewaart de dossiers en (technische) tekeningen van trams en autobussen gebouwd voor de NMVB en buitenlandse maatschappijen.

Deze collecties en archieven in verband met buurtspoorwegen in Vlaanderen zijn raadpleegbaar, na afspraak, in het Vlaams Tram- en Autobusmuseum (Diksmuidelaan 42, 2600 Berchem). Voor meer informatie kan u terecht op de website, waar de voorlopige versie van de inventaris van het NMVB-archief raadpleegbaar is.

Bronnen:

Collectie: Foto-, dia- en filmcollectie van het openbaar stads- en streekvervoer in België. ca. 1900-2014

Collectie: Documentaire verzameling in verband met de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) en de Vlaamse Vervoersmaatschappij (VVM) - De Lijn, ca. 1884-2014

Collectie: Documentaire verzameling omtrent de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Antwerpen (MIVA) en voorgangers, 1873-1990

Archief: Archief van les Usines Ragheno, 1897-1955